Wist je dat Nederlanders gemiddeld 300.000 spullen in huis hebben? Op een regenachtige dinsdag, toen ik weer eens drie keer struikelde over kinderspeelgoed, dacht ik: hoe doen mensen dat, leven met minder? Minimalisten lijken altijd wat relaxter, doen nooit panisch naar hun sleutels zoeken. Misschien is het toeval. Of misschien zit er toch meer achter.
Waarom hebben we zo veel spullen?
Mijn moeder zei altijd: “Je weet nooit wanneer het van pas komt.” Dus stond mijn kelder jarenlang vol oude ski’s, kabels van Nokia uit 2003 en servies “voor speciale gelegenheden”. Maar wanneer gebruik je dat nou echt? In een appgroep met oude studiegenoten lazen we laatst dat zelfs IKEA toe is aan minder spullen — hun nieuwe campagnes schreeuwen het haast van de daken: “a simpler life.”
Toch voelt het bij het uitzoeken van je bezittingen soms alsof je een stukje zekerheid wegdoet. Dat is ergens logisch: spullen zijn herinneringen, dromen, plannen die misschien ooit nog, heel misschien… Maar hoeveel tijd verspillen we aan het zoeken naar dingen? M’n collega vertelde gisteren dat ze deze week voor de vijfde keer haar fietssleutels niet kon vinden, omdat haar lade een zwart gat is waar alles in verdwijnt.
Minder zoeken, meer leven
Minimalisten beweren dat ze in de ochtend sneller klaar zijn: minder keuzestress, minder moeten opruimen, en – als je alles vindt – meer tijd voor een rustig kopje koffie. Eerlijk? Het klinkt een beetje als een droom. Maar op de dag dat ik m’n kledingkast halveerede (en eerlijk: zeven shirts die ik niet eens leuk vind), voelde het echt alsof mijn hoofd leger werd.
- Opruimen duurt korter. Je hoeft niet dagelijks bergen spullen te verplaatsen.
- Zorgeloos uit huis. Geen minutenlang zoeken naar dat ene ding.
- Meer focus. Minder visuele prikkels = meer aandacht voor wat belangrijk is (al blijft WhatsApp afleiden, dat geef ik toe).
Volgens een onderzoek van het CBS (maart 2024) zegt één op de vijf werkenden in Nederland stress te hebben door een rommelig huis — ik vond dat verrassend hoog.
Hoe minimalisten het in de praktijk doen
De buurvrouw vertelde me laatst dat zij een “in- en uitregel” gebruikt: voor elk nieuw item dat het huis in komt, gaat er een oude weg. Moeilijk, maar logisch. Anderen kiezen voor elk seizoen een grote opruiming — “de doos van twijfel” helpt daarbij: twijfelspullen (boeken, broodroosters, skates?) een paar maanden in een doos doen. Niet gebruikt? Weg ermee. Zo simpel kan het dus zijn, hoewel… ik kan best slecht afscheid nemen van boeken.
Een vriend uit Utrecht heeft alles wat consumentenbond ‘duurzaam’ noemt digitaal geregeld: bonnetjes gefotografeerd, post alleen digitaal, zelfs de administratie in de cloud. Resultaat? Minder papier, minder stapels, minder stress – of hij nooit iets vergeet weet ik overigens niet helemaal zeker.
Waar begin je? (Tip: niet in de schuur)
Beginnen met minder kan overweldigend zijn (kijk maar eens in je rommella). Mijn ervaring: start bij iets kleins, een lade, een plank. Of pak je portemonnee – alle oude bonuskaarten eruit. Het geeft een rare vorm van bevrediging. Als mijn nicht uit Amersfoort gelijk heeft, vindt ze met minder spullen haar sleutels wél op tijd als de trein moet worden gehaald.
Mijn eigen checklist voor een lichter huis, even snel:
- Per kamer één klein project per week
- Twijfel? Zet het apart. Na een maand pas weggooien
- Digitaliseren wat kan (papieren rekeningen? 2024, mensen!)
- Geef spullen een vaste plek
En meteen daarna: jezelf een koffie gunnen, als beloning. Je zult merken, beetje bij beetje wordt het lichter — in huis én in je hoofd. Of misschien lijkt dat alleen maar zo…
Tot slot
Minimalisten zijn niet heiliger dan de rest, maar ze zijn vaak wel sneller klaar, en dat beetje rust is tegenwoordig best wat waard. Dus, waar kun je vandaag nog wat opruimen? Deel je trucjes — of je valkuilen — gerust in de reacties. M’n inbox (en die van m’n moeder) staat open. In het ergste geval heb je gewoon weer ruimte voor iets nieuws, toch?