Wist je dat ‘gezellig’ één van de moeilijkst te vertalen woorden uit het Nederlands is? Zelfs mijn Duitse schoonzus kreeg het niet goed uitgelegd. Toch valt er praktisch geen gesprek tussen stellen, vrienden of familieleden te voeren zonder dat dit woord wel minstens één keer opduikt. Op de fiets naar het werk — weer “gezellig gedaan gisteren?” In de supermarkt — “Zullen we vanavond gezellig samen eten?” Soms voelt het bijna als een tic.
Wat betekent ‘gezellig’ eigenlijk? (En waarom maakt dat iets uit?)
Het gekke is: vraag aan tien mensen wat het betekent, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Voor de één is het een knusse avond onder een dekentje met je geliefde, voor een ander weer een chaotisch verjaardagsfeest vol gekke neven en bitterballen. In de praktijk betekent ‘gezellig’ gewoon: “ik voel me prettig met jou in deze situatie”– ook al kan niemand precies uitleggen waarom. Mijn collega uit Amersfoort zegt altijd dat “als het gezellig is, dan klopt het gewoon”. Nou ja, dat dus.
Waarom gebruiken we het zó veel in relaties?
- Emotionele veiligheid: Nederlanders vinden het lastig om hun gevoelens direct uit te spreken. ‘Gezellig’ is dan zo’n soort deken waar je alles onder stopt – niet te klef, niet te kil.
- Vermijden van conflicten: In plaats van te zeggen dat het ongemakkelijk of saai was, roepen we liever iets als “wel een gezellige avond, hè?” Ook als dat niet helemaal waar is…
- Sociale druk en gewoontes: In bijna elke WhatsApp-groep of tijdens een etentje valt ‘gezellig’. Een beetje alsof je in Brabant woont en géén worstenbroodje bestelt — dat kan gewoon niet.
Daar komt bij: in relaties (vriendschappelijk, romantisch of familie), wil je bevestigen dat het fijn is samen. Maar het is soms makkelijker om iets vaags te zeggen dan écht te delen wat je denkt. Soms vraag ik me af of we daardoor juist dingen onbesproken laten — hoewel, misschien werkt het ook wel gewoon.
Is het erg om altijd ‘gezellig’ te zeggen?
Eerlijk: daar twijfel ik weleens aan. Mijn vriend vindt dat het woord zijn waarde verliest als je het overal op plakt. Aan de andere kant — wat moet je dan zeggen? “Ik vond het een middelmatige avond”? Daar schrik je zelfs je schoonmoeder mee af. In ons studentenhuis bespraken we het laatst: als je ergens écht van geniet, benoem dan gewoon wat het was. Bijvoorbeeld: “Ik vond het leuk dat je luisterde naar mijn geklaag over werk”, of “Die wandeling was rustgevend”.
Toch blijft ‘gezellig’ handig als je geen zin hebt in lange verhalen. Soms volstaat het simpelweg. Misschien zit er wel schoonheid in dat Nederlandse vage. Of — ik overdrijf gewoon, kan ook.
Hoe kun je ‘gezelliger’ communiceren zonder in clichés te blijven hangen?
- Wees specifiek: Zeg wat je prettig vond. “Jouw grap over die papegaai maakte mijn avond.”
- Durf iets te benoemen wat juist minder leuk was: “Het eten was minder mijn smaak, maar het gezelschap maakte alles goed.”
- Gebruik alternatieven: ‘Knus’, ‘waardevol’, ‘relaxed’, of gewoon een glimlach — als woorden tekortschieten.
- Zet soms een punt: Of laat iets onuitgesproken. In het echte leven is niet alles perfect afgehecht. Dat hóeft ook niet altijd.
En misschien moet je soms gewoon met een knikje aan tafel zitten en denken: ‘ja, dit was… bijzonder’. Geen uitleg nodig. Mijn moeder zegt altijd — een echt gezellig moment herken je pas achteraf. Denk daar maar eens over na.
Conclusie: Moeten we minder ‘gezellig’ zijn?
Nu ik dit schrijf, vraag ik me af: zou het erg zijn als we het wat minder vaak zeggen? Tijd voor een kleine uitdaging: probeer komende week in je relatie, op werk of met je vrienden eens géén ‘gezellig’ te zeggen. Wie weet ontdek je iets nieuws over jezelf — of over de mensen om je heen. Of… je valt na twee dagen gewoon weer terug in het oude patroon. Ook goed. We zijn en blijven natuurlijk Nederlanders, geen robots.
Laat hieronder weten: hoe vaak hoor jij ‘gezellig’? En—mis je het in het buitenland écht?